• Leon Quaden

Wanneer is een overkapping te hinderlijk?


Hinder. Albert heeft aan de achterzijde van zijn woning een overkapping gebouwd. Buurman Piet vindt dat de overkapping het zonlicht in zijn woning en achtertuin tegenhoudt en dat deze het vrije uitzicht beperkt. Er is minder zicht op zijn huis en tuin en dat vergroot zijn gevoel van onveiligheid. Ten slotte stelt hij last te hebben van een kokereffect: door de overkapping kan hij alleen nog maar recht naar achteren kijken. Piet stelt dat zijn woongenot aanzienlijk is beperkt en dat er sprake is van onrechtmatige hinder. Daarom eist hij dat de overkapping wordt afgebroken.

Niet onrechtmatig.

Het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch,10.10.2018 (GHSHE:2018:4212) , beslist dat voor de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder, het zicht van derden op Piets huis en tuin niet ter zake doet. Bovendien is niet alle hinder onrechtmatig. Piet krijgt de opdracht om aan te tonen waarom de hinder in dit geval onrechtmatig is. Slaagt hij daar niet in, dan mag de overkapping van Albert blijven staan.