• Leon Quaden

Grond verontreinigd, en nu?


Verkoper of koper aansprakelijk?

De rechter heeft onlangs een interessante uitspraak gedaan over de aansprakelijkheid van een woningverkoper m.b.t. verontreinigde grond. Wat speelde er?

Achterterrein verontreinigd met zink. Een verkoper verkocht in januari 2017 een woning op een ruim perceel. Na de totstandkoming van de koopovereenkomst liet de koper een bodemonderzoek uitvoeren. Daaruit bleek dat de grond op het achterterrein sterk verontreinigd was met zink. De koper stelde de verkoper aansprakelijk. Over deze zaak oordeelde de Rechtbank Limburg onlangs, 06.09.2018 (RBLIM:2018:8077).

Plannen tot bouw loods.

De koopovereenkomst bevatte de (gebruikelijke) bepaling dat de woning geschikt is als woning voor eigen gebruik. De koper stelde dat de verkoper wanprestatie pleegde vanwege de verontreiniging. Volgens de koper moet onder ‘normaal gebruik’ verstaan worden het door hem gewenste gebruik van het perceel, namelijk het gebruik als woning met daarbij de mogelijkheid tot het bouwen van een loods van 150 m2 voor bedrijfsactiviteiten op het achterterrein.

Hij was namelijk ondernemer en de woning lag bovendien vlak bij bedrijven. Vanwege de verontreiniging kon hij deze loods niet bouwen. Bovendien stelde de koper dat de verkoper afwist van de verontreiniging. De koper eiste daarom schadevergoeding.

‘Woning voor eigen gebruik’.

De rechter legde de bepaling in de koopakte ‘woning voor eigen gebruik’ nader uit. Daaronder is niet begrepen de mogelijkheid om het gekochte tevens te gebruiken voor de bouw van een loods van 150m² . Het feit dat de woning aan de rand van een industriegebied ligt waar de combinatie wonen en bedrijfsvoering gebruikelijk is en het bestemmingsplan op het gekochte bedrijfsactiviteiten toelaat, maakt dat niet anders. Verder heeft de koper niet aannemelijk kunnen maken dat de verkoper wist van een verontreiniging. De vordering tot schadevergoeding werd afgewezen.

Ook de vordering tot gedeeltelijke vernietiging van de koopovereenkomst vanwege dwaling werd afgewezen, omdat niet gebleken is dat de verkoper er rekening mee moest houden dat het voor de beslissing tot aankoop door de koper van doorslaggevend belang was om een loods te kunnen bouwen.