• Leon Quaden

Bezwaar tegen te lage WOZ-waarde, vanaf wanneer?


Het algemene beeld is dat u alleen bezwaar kunt maken tegen een te hoge WOZ-waarde.

Sinds 1 oktober 2015 kunt u echter ook vragen om de WOZ-waarde te verhogen.


Wie kan er bezwaar maken?

Tenaamstelling WOZ-beschikking. Een bezwaar is rechtsgeldig als dit is ingediend door degene op wiens naam het aanslagbiljet OZB dan wel de WOZ-beschikking staat. Let op. Is het aanslagbiljet niet aan u gericht, dan is het bezwaar niet-ontvankelijk. De gemeente zal het bezwaarschrift dan niet inhoudelijk beoordelen.

Medebelanghebbende. Er is echter een uitzondering. Het bezwaar wordt wel behandeld als u aan kunt tonen dat u een belang heeft bij het aanpassen van de WOZ-waarde. Dit kan een fiscaal belang zijn. Een lagere WOZ-waarde leidt immers tot een lagere OZB-last of een lagere box 1- of box 3-heffing. Daarnaast kunt u ook een niet-fiscaal belang hebben. Denk hierbij aan een financiering bij de bank. Een bank zal namelijk beoordelen of het pand als onderpand kan dienen voor een hypotheeklening. Een hogere WOZ-waarde kan hierbij helpen. De meest voorkomende situatie van meerdere belanghebbenden is in geval van mede-eigendom, zoals bij gehuwden of gezamenlijke investeerders in vastgoed.

Zelf WOZ-beschikking aanvragen. Om de discussie van niet-ontvankelijkheid te voorkomen, is het raadzaam om zelf een WOZ-beschikking op te vragen. Tegen deze ‘medebelanghebbende-beschikking’ kunt u dan zelf bezwaar maken.

Lage of hogere WOZ-waarde?

Belang hogere WOZ-waarde. Sinds de wetswijziging van 1 oktober 2015 kunt u nu ook vragen om een hogere WOZ-waarde. Zoals hierboven aangegeven kan het verkrijgen van een hypotheeklening hiervoor een reden zijn. Tip. Een hogere WOZ-waarde kan er ook voor zorgen dat een huurwoning tot de ‘vrije sector’ gaat behoren. Voor een verhuurder kan dit interessant zijn, omdat de verhuur dan niet meer valt onder de huurbeschermingsregels van het Burgerlijk Wetboek boek 7.

Wat speelde er bij de rechter?

Geen overgangsrecht. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25.09.2017 (GHARL:2017:8259) , heeft onlangs een belangrijke uitspraak gedaan over een verzoek tot verhoging van de WOZ-waarde. Het algemene beeld bestond dat u alleen om een hogere WOZ-waarde kon verzoeken voor WOZ-waarden die zien op de periode na 1 oktober 2015. In de praktijk zou het dan met name gaan om WOZ-waarden vanaf 2016. Het hof oordeelt echter anders. Bij de invoering van de wetswijziging is geen overgangsrecht opgenomen, zodat de wetswijziging onmiddellijke werking heeft.

WOZ-waarden van voor 2016. Dit betekent dat een hogere waarde kan worden gevraagd voor alle WOZ-beschikkingen die nog niet onherroepelijk vaststaan. Het gaat hierbij onder andere om WOZ-beschikkingen die nog niet zijn afgegeven. Dit kan dus ook zien op WOZ-waarden van voor 2016. Daarnaast gaat het om WOZ-beschikkingen waartegen u nog rechtsgeldig bezwaar kunt indienen, dan wel waarvoor er nog een procedure loopt bij de gemeente of de rechter.

Tip. Ook een echtgenoot of medebelanghebbende kan bezwaar maken tegen een WOZ-beschikking. Kijk altijd goed op wiens naam het aanslagbiljet of de WOZ-beschikking staat. Maak namens deze persoon bezwaar of vraag een medebelanghebbende-beschikking op.

Kijk altijd goed op wiens naam het aanslagbiljet of de WOZ-beschikking staat. Maak namens deze persoon bezwaar of vraag een medebelanghebbende beschikking op. De rechter heeft beslist dat een verzoek om een hogere WOZ-waarde ook kan voor WOZ-waarden van voor 2015